Het Probleem met Institutioneel Racisme

Stokeley Carmichael: bedenker van de term “institutioneel racisme”


Update: 10 augustus 2022

Het kabinet heeft niet duidelijk voor ogen wat “institutioneel racisme” is, maar besloot dit in juni 2022 wel te erkennen bij de Belastingdienst. Volgens sommigen is deze stap een belangrijke erkenning voor veel ouders en kinderen in de Toeslagenaffaire. Ook geeft de politiek een signaal af aan de samenleving: hier ging/gaat iets grondig en systematisch verkeerd, en wij zijn bereid te onderzoeken waar dit nog meer het geval is. Volgens anderen betekent het omarmen van “institutioneel racisme” juist dat verantwoordelijkheid minder zichtbaar wordt; dat bedoelingen en keuzen van beleidsmakers en uitvoerders buiten schot blijven. 

Hoe het ook zij, het kabinet toont een gebrek aan historisch besef van het concept “institutioneel racisme” en de reikwijdte ervan. Zodoende lijkt het niet of nauwelijks oog te hebben voor de problematische gevolgen die deze erkenning mogelijk met zich meebrengt. Onder het mom van goede bedoelingen, zet men zo de sluizen open voor polarisatie en – paradoxaal genoeg – meer racisme. In deze achtergrondanalyse tracht ik uit te leggen wat institutioneel racisme is en waar het vandaan komt, en hoe deze erkenning samenhangt met andere ontwikkelingen op nationaal en Europees niveau.

Wat is (het probleem met) institutioneel racisme?

De term “institutioneel racisme” is bedacht door Stokely Carmichael en Charles V Hamilton in het boek Black Power: The politics of Liberation (1967). Zij schrijven dat institutioneel racisme “less overt, far more subtle” werkt. Institutioneel racisme, volgens hen, “originates in the operation of established and respected forces in the society, and thus receives far less public condemnation than [individual racism]“. Veel mensen (in Amerika) begrijpen “institutioneel racisme” tegenwoordig als racistisch beleid dat wordt uitgevaardigd door instellingen (inclusief regeringen), zoals de Jim Crow-wetten of discriminerend wervingsbeleid. Dit begrip wordt, wellicht terecht, als te strikt en beperkt beschouwd door voorstanders van sociale rechtvaardigheid na wetgeving zoals de Civil Rights Act van 1964, welke dit soort institutioneel racisme expliciet verbood.


Institutioneel racisme, in de zin dat aanhangers van ‘Social Justice’ het in toenemende mate begrijpen, is echter andere koek. Vanuit dit perspectief is het hanteren van een enge – nauwe of smalle – definitie van de term ‘institutioneel racisme’, zelf een daad van racisme. Zo’n enge definitie zou worden gebruikt om de realiteit van institutioneel racisme te verhullen, en dus in stand te houden. Daarom wordt ‘institutioneel racisme’ steevast ruim en vaak ook enigszins vaag gedefinieerd.

The question is not ”did racism take place”? but rather “how did racism manifest in that situation?”

Robin DiAngelo
Auteur White Fragility (2019)

In de woorden van de nieuwe Nationaal Coordinator tegen Discriminatie en Racisme: “Er is sprake van institutioneel racisme als beleid en geschreven en ongeschreven regels van instituten of organisaties leiden tot ongelijke behandeling op basis van afkomst, etniciteit of religie.” Soms, en daar zit vaak een belangrijk spanningsveld, verwijst institutioneel racisme naar de manieren waarop institutioneel beleid en praktijken verschillende resultaten of uitkomsten voor verschillende raciale groepen creëren.

De crux zit hier bij de aanname van causaliteit: wanneer men een ongelijkheid qua kansen of uitkomsten constateert langs etnische lijnen, zou institutioneel racisme daarvan de oorzaak zijn. Hiermee worden tal van sociaal-economische factoren die – in samenhang – de situatie beter kunnen verklaren, aan de kant gezet. Dit zou iedereen die racisme wil bestrijden zorgen moeten baren. Want racismebestrijding is gebaat bij nauwkeurige en hanteerbare definities; racisme juist bij de vervaging en vertroebeling ervan.

De academisch-activistische uitbreiding van racisme(bestrijding)

Een enge definitie van (institutioneel) racisme kan blinde vlekken met zich meebrengen, maar een te brede definitie dreigt zo’n belangrijk thema uit te rekken tot betekenisloosheid. In zijn boek Woke Racism (2021) beargumenteert John McWhorter dat er zeker zoiets bestaat als “structural racism”. Echter vindt hij het een problematische term. Het probleem met institutioneel racisme is dat dit volgens hem een vorm van oversimplificatie aanmoedigt, die oplossingen die daadwerkelijk werken juist ontmoedigt.

De concept creep‘ en ‘harm inflation van beladen termen als racisme en discriminatie staan echter centraal in de vinkjesgeest die wordt uitgerold in onze instituten en samenleving. Door belangrijke maar beladen termen als racisme en discriminatie uit te breiden, en door aan te sturen op het vermeerderen van meldingen door meldingsbereidheid van discriminatie en racisme te bevorderen – wordt de roep om meer bestrijding ervan steeds groter. Deze bestrijdingsmaatregelen, mede mogelijk gemaakt door het ‘institutionaliseren’ van ‘institutioneel racisme’, hebben ingrijpende en verstrekkende gevolgen voor rechtssystemen, arbeidsverhoudingen, en interpersoonlijke relaties. Bovendien staan zij veelal op gespannen voet met privacywet- en regelgeving zoals vastgelegd in de Europese AVG.

Maar deze definitieverbreding staat niet op zichzelf. Als onderdeel van dergelijke definitieverbreding, lijken verschillende academische disciplines en organisaties – die zich bezig houden met racisme en discriminatie(bestrijding) – een steeds activistisch insteek te hanteren. Dit is bijvoorbeeld terug te zien op de ellenlange Wikipedia-pagina van “institutional racism“, waarbij het – op het moment van schrijven – opvallend is dat de gebruikelijke sectie “criticisms” ontbreekt. Ook bevat de bibliografie bijzonder veel recente bronnen van het afgelopen decennium uit Amerika. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de betrouwbaarheid van- en het vertrouwen van het publiek in dergelijke ‘autoriteiten’. Hierbij schiet mij onderstaande passage uit The End of Gender (2020) van Debra Soh te binnen. Niet over ras maar over gender schrijft zij:

Activist organizations have managed to infect much of the information that is available relating to both gender and biological sex. Any research studies that are not in agreement with this agenda are ignored as though they never existed. Whether it’s health websites, research publications, or media articles, it really is a jungle out there. If what you are looking for is basic, foundational information, anything older than ten years old is probably safe. Anything published in the last few years is questionable.

Deze ontwikkelingen dragen het risico met zich mee dat de weerstand tegen racisme- en discriminatiebestrijding toeneemt, en hebben op dit moment al het gevolg dat racisme opgerekt dreigt te worden tot betekenisloosheid. Het veranderen en uitbreiden van definities van racisme gebeurt tevens voor allerlei andere termen als discriminatie, uitsluiting en zelfs intolerantie. Ook zogenaamde microagressies kunnen en zullen mogelijk steeds vaker verbonden worden met ‘racisme’. Steeds meer mensen zullen steeds meer mensen uitmaken voor ‘racist’. De toenemende polarisatie van dit tijdgewricht en de verhitte identiteitspolitiek vindt hier een belangrijke oorsprong. En de gevolgen van deze dynamiek zijn overal al zichtbaar voor wie het wil zien.

Deze ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor publieke discussies over zulke belangrijke thema’s, maar ook voor de maatregelen die men treft. Daarbij is het goed om in gedachten te houden dat dit zich niet afspeelt in een of ander Nederlands sociaal-politiek vacuüm. Deze dynamiek hangt namelijk nauw samen met de veel grotere en ingrijpende maatregelen die worden doorgevoerd op Europees niveau.

De nieuwe Europese obsessie met ras en racisme

De Europese Unie (EU) committeert zich aan gelijkheid en discriminatiebestrijding. “I will not rest when it comes to building a Union of equality. A Union where you can be who you are and love who you want – without fear of recrimination or discrimination, aldus Ursula von der Leyen in 2020.” De EU heeft zodoende een “geavanceerd” wettelijk kader opgezet om gelijkheid en non-discriminatie te bevorderen. Alle 27 EU-lidstaten hebben dit kader verwerkt in hun nationaal recht, “often going beyond the minimum standards” in de “Racial Equality Directive” en de “Employment Equality Directive.” Opmerkelijk genoeg – maar in lijn met de ontwikkeling van het erkennen van “institutioneel racisme” – wordt als onderdeel van deze plannen getracht om de termen “discriminatie” en “racisme” op te rekken en de maatregelen ertegen uit te breiden. Zo trachten Europese instanties ook deze bredere opvattingen op te laten nemen in het beleid en de wetten van de lidstaten.


Elk normaal intelligent mens moet kunnen zeggen wat-ie wilt, binnen de grenzen van het strafrecht.

Henk Kummeling, rector Universiteit Utrecht
Augustus 2021

De verruiming van (schuld door) “racisme” wordt op Europees niveau op verschillende wijzen aangejaagd. Een voorbeeld van deze glijdende schaal wordt gegeven door de European Commission against Racism and Intolerance bijvoorbeeld, welke beweert dat ““racism” should be understood in a broad sense, including phenomena such as xenophobia, antisemitism and intolerance.” De Commissie tracht middels adviezen en rapporten om het (straf)recht van lidstaten waaronder Nederland te hervormen.

In 2019 deed het onder andere deze aanbeveling (die overigens beperkt werd opgevolgd, op p. 12):

ECRI recommends that the Dutch authorities bring their criminal legislation fully into line with its General Policy Recommendation No. 7 and, in particular,(i) explicitly incorporate the grounds of colour, language, citizenship, national or ethnic origin and gender identity in all provisions of the Criminal Code that are aimed at combating racism and intolerance, (ii) explicitly criminalise public denial, trivialisation, justification or condoning, with a racist aim, of crimes of genocide, crimes against humanity or war crimes, (iii) make sure that the law provides for effective, proportionate and dissuasive sanctions for racist, homo- and transphobic offences and (iv) provide explicitly in the Criminal Code that racist, homo- and transphobic motivation constitutes an aggravating circumstance for any ordinary offence.


Naast de Commissie trachten ook andere actoren de definities van racisme en discriminatie op te rekken. De in juli 2021 aangestelde EU Anti-Racisme Coordinator (EU-ARC) spreekt bijvoorbeeld vanaf het moment van haar aanstelling over structureel racisme als “the most dangerous form of racism, due to the silent mechanism in which it operates. It is almost invisible but at the same time affects a person’s access to equal opportunities.” Anti-racistisch zijn is, voor de goede orde, niet hetzelfde als tegen racisme zijn; sommigen noemen het zelfs een nieuwe religie.


[T]here is no neutrality in the racism struggle…One either allows racial inequities to persevere, as a racist, or confronts racial inequities, as an antiracist.

Ibram X. Kendi
Auteur How to Be an Antiracist (2019)

In lijn met het dominant wordende identitaire wereldbeeld, dicht de EU-ARC (in de video hierboven) karakteristieken en denkwijzen toe aan mensen op basis van hun groepsidentiteit. Zo benadrukt zij de noodzaak van het hebben van mensen met “a variety of worldviews, that have a variety of experiences – of lived experiences” bij “decision-making positions and places“. Deze zienwijze staat in de literatuur bekend als Standpoint Epistemology of Standpoint Theory: het toekennen van autoriteit of macht aan persoonlijke, ‘subjectieve’ ervaringen en perspectieven. In samenhang met Critical Race Theory wordt hier ook wel gesproken van zogenaamde ‘Critical Raced-Gendered Epistemologies’.

Dit heeft twee problematische gevolgen. Enerzijds ‘racialiseert’ deze logica (die ook op Nederlandse universiteiten wordt gedoceerd) het onderwijs en klaslokaal. Zodoende draagt dit bij aan de censuurcultuur die steeds vaker de media haalt. Door deze theorie centraal te stellen in (aanname)beleid, verwordt equity – niet equality – anderzijds tot de kern van het nieuwe Europese anti-racisme-beleid. Gelijke uitkomsten in plaats van gelijke kansen, langs etnische lijnen, is het credo. Het is deze intersectionele benadering die President Macron in Frankrijk al langer zorgen baart: “Je vois la société se racialiser progressivement.” Desalniettemin wordt deze benadering momenteel beleidsmatig en juridisch uitgerold over alle EU-lidstaten.



I see a society that is progressively racialising itself… the logic of intersectionality fractures everything.

Emmanuel Macron, 2021

Ook het Europees Netwerk tegen Racisme (ENAR) is van belang om deze casuïstiek beter te begrijpen. ENAR heeft als doel om, via rapporten en actievoering, structureel racisme in de EU te beëindigen. Haar rapporten en adviezen, als ook van andere soortgelijke organisaties, leggen discriminatie en racisme breed uit met de termen: antisemitisme, afrofobie, islamofobie, antigypsism, en anti-migrant racism. In de FAQ op haar website staat: “What is a racist crime? Antwoord: “A racist incident is any incident which is perceived to be racist by the victim or any other person”.

Deze organisatie en haar zienswijze staan niet los van het Europese project. ENAR (welke overigens ook strijdt tegen Zwarte Piet en gelieerd is aan The Black Archives) is eerder door Vlaams Europarlementariër Van Hecke “een soort van overkoepelende Europese organisatie van allerlei schimmige extreemlinkse clubjes” genoemd, welke “staat of valt met Europese manna.” Zo ontving de organisatie in 2009, 2010 en 2011 bijvoorbeeld elk jaar bijna een miljoen euro en daarmee bijna al haar inkomsten van de Europese Commissie (DG Justitie).

In navolging van Amerika lijkt Europa dus hard op weg om (on)gelijke behandeling op basis van “ras” en etniciteit in steeds bredere zin te verankeren in haar beleid en wetten. Van belang is te weten dat racisme en discriminatie in de meeste Europese lidstaten, waaronder Nederland, op dit moment vaak nog worden uitgelegd als zijnde een individuele en vaak intentionele verhandeling- of gedrag. Individuen zijn dus in principe onschuldig totdat het tegendeel bewezen is. Maar deze zienswijze wordt op zijn kop gezet door concepten als structurele-, institutionele-, systemische-, en historische dimensies van racisme en discriminatie op te nemen in lexicon, beleid en rechtstraak. Deze gang van zaken lijkt in strijd met fundamentele principes van onze democratische rechtstaat, zoals de onschuldpresumptie en het gelijkheidsbeginsel. Dit is echter geen weeffout; het lijkt juist de bedoeling.

Meer racisme door verwarring equality met equity

De aanpak van racisme gaat in toenemende mate scheef doordat politici, beleidsmedewerkers, en uitvoerders – net als in Amerika – de termen “equality” en “equity” door elkaar gaan halen. Simpel gezegd draait equality om gelijke kansen terwijl terwijl equity draait om gelijke uitkomsten. Net zoals het toenemende aantal quotas op nationaal– en Europees niveau geen rekening lijken te (willen) houden met de gender-equality paradox, wordt (onder andere) met het erkennen van institutioneel racisme de weg geplaveid voor raciale quotas in weerwil van de wetenschap. Dit durf ik met enige zekerheid te zeggen op basis van de gigantische duw naar equity in het bedrijfsleven, op Europees niveau (zie onder), en de nieuwe generatie die op school– en van de wetenschap aanleert dat dit de gewenste gang van zaken is.


Het probleem van deze benadering gaat zijn dat het alle verschillen in uitkomst waarbij blanke/witte (of “white-adjacent”) groepen boven andere groepen uitkomen, toe kan schrijven aan racisme – ongeacht de werkelijke oorzaken van die verschillen. Dit betekent dat een zeer beladen term als racisme, (nog) vaker als verklaring zal worden gebruikt voor een situatie die ook zou kunnen ontstaan als gevolg van andere variabelen (zoals sociaal-economische status, gezinssituatie, culturele opvattingen, enz.) die gerelateerd zijn aan “ras”.

Met de erkenning van institutioneel racisme lijkt de overheid slachtoffers tegemoet te komen in de vreselijke Toeslagen-affaire. Maar met deze erkenning zet zij tevens een verandering in gang van een belangrijk deel van ons rechtsstelsel en maatschappelijk verkeer. Gelijktijdig worden door diezelfde overheid overal meldpunten opgericht en wordt meldingsbereidheid bevorderd als onderdeel van inclusie-projecten. Paradoxaal genoeg, maar eigenlijk logischerwijs, zal de erkenning van het brede begrip institutioneel racisme bij de Belastingdienst, leiden tot meer klachten en meldingen van racisme – en het debat blijft zich dus voortstuwen.

De keuze voor meer polarisatie en minder sociale rechtvaardigheid

Kortom, erkennen dat er sprake is van racisme in een bepaalde context, of dat er processen en beleid in instituten bestaan die op basis van ras tot ongelijke uitkomsten heeft geleid, kan gepast zijn. Discriminatie en racisme zijn reële problemen. Maar door de term “institutioneel racisme” of “systemisch racisme” te erkennen en te implementeren, wordt een paradigma van radicale origine en met polariserende gevolgen onderdeel van instituten en samenleving. Voorts legitimeert de erkenning van institutioneel racisme ook andere plannen, zoals het registreren van ras en etniciteit van wetenschappers bij wetenschappelijke publicaties. Denk in dit kader ook aan de tendens en recente plannen om hate speech onder Artikel 83 toe te voegen; in combinatie met uitbreidende definities wordt steeds meer communicatie geproblematiseerd en zelfs gecriminaliseerd.


De beperking van het debat, door een repressieve overheid dan wel een onverdraagzame samenleving, schaadt steevast de mensen die geen macht hebben en beperkt ieders vermogen tot democratische participatie.

153 Kunstenaars en Journalisten
“Bestrijd racisme, maar kom niet aan het vrije woord” (2020)

Iedereen, ongeacht intentie of zelfs daadwerkelijke handeling, kan steeds legitiemer beschuldigd worden van racisme – en daarvoor gestraft worden. Niet alleen wordt zorgvuldig en proportioneel beleid zo onmogelijk gemaakt, het maakt tevens verdacht of criminaliseert mogelijk alle sociale interactie in het publieke domein waar een ongelijke uitkomst aanwezig is langs raciale lijnen. De brede opvatting van institutioneel racisme wordt nu al ingezet om een redelijk subjectieve moraal via beschuldigingen af te dwingen, zoals de Utrechtse BOA’s recent hebben ondervonden. Na de BOA’s en de Belastingdienst zullen onvermijdelijk alle andere instituten volgen – elk rapport zal namelijk schuldigen kunnen aanwijzen, terwijl het aantal meldingen van racisme zal blijven stijgen.

Het mag duidelijk zijn: het erkennen en ondoordacht toepassen van een term uit jaren ’60-’70 Amerika, in de Nederlandse context in 2022, is onverstandig. Is het nu echt wijsheid om steeds meer gronden voor spanning te institutionaliseren in een tijdgewricht waar dit al meer dan genoeg het geval is? Door mee te gaan in dit raciale paradigma zullen we vooral minder, niet meer, sociale rechtvaardigheid bereiken. Beleidsmakers dienen nieuwe wet- en regelgeving expliciet te toetsen aan het gelijkheidsbeginsel en de onschuldpresumptie, en het Nederlandse strafrecht dient beschermd te worden tegen ‘concept creep’ en de uitbreiding van discutabele vormen van strafbaarstelling.

Geef een reactie